Op grond van artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht dient de raad zijn adviestaak zonder vooringenomenheid te vervullen. Om aan dit vereiste te kunnen voldoen, moet de raad er zeker van zijn dat de leden van zijn (deel)commissies geen functioneel of persoonlijk belang hebben bij de adviezen die hij geeft. Deze richtlijn bevat de criteria waaraan wordt getoetst of een lid van een (deel)commissie niet tegelijk belanghebbende is bij de beoordeling van een subsidieaanvraag.
Lees hier de richtlijn