De podiumkunsten omvatten de dans, het theater, de muziek en het muziektheater. Samen vormen zij een groot aandeel van het Nederlandse cultuurleven en bieden een enorme rijkdom aan subdisciplines en genres. Popmuziek en mime, jeugddans en opera, poppentheater en wereldmuziek, jazz en experimentele dans: het zijn slechts enkele van de podiumkunsten.
Er is weliswaar een enorme artistieke diversiteit in de verschillende podiumkunsten, maar de podiumkunsten kennen beleidsmatig grote overeenkomsten. Alle podiumkunsten worden globaal onder dezelfde omstandigheden geproduceerd en de afzetmarkt (de Nederlandse podia) is overeenkomstig. Op het gebied van talentontwikkeling en de jeugdpodiumkunsten zijn er ook veel raakvlakken tussen de verschillende disciplines.
In Nederland zijn de podiumkunsten op veel niveaus gebundeld: er is een landelijk gesubsidieerd fonds dat subsidies verstrekt aan alle professionele podiumkunsten
NFPK, één belangenorganisatie voor theater, dans en de orkesten
NAPK, een belangenorganisatie voor alle Nederlandse podia, de
vscd en naast het
sectorinstituut voor muziek een gezamenlijk sectorinstituut voor theater en dans, het
Theaterinstituut Nederland.
Daarnaast richt zich ook een groot aantal producerende instellingen op twee of meer verschillende podiumkunstendisciplines, zoals festivals en productiehuizen.
Tot 2009 waren er bij de Raad voor Cultuur aparte commissies ingericht voor de sectoren Dans, Theater en Muziek en Muziektheater. Maar vanwege de grote beleidsmatige overeenkomsten zijn deze drie commissies in dat jaar gefuseerd tot één commissie Podiumkunsten. Deze commissie bestaat uit een kerncommissie van vijf leden en daarnaast drie disciplinecommissies Dans, Theater en Muziek en Muziektheater. De voorzitters van de drie disciplinecommissies hebben zitting in de kerncommissie.
De kerncommissie richt zich op de onderwerpen die een podiumkunstenbrede benadering behoeven; de disciplinecommissies houden zich bezig met zaken die specifiek betrekking hebben op dans, theater en muziek(theater).