De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media. De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en subsidieaanvragen.

Drukbezochte bijeenkomst over toekomst van de musical

Gistermiddag organiseerde de raad een drukbezochte bijeenkomst over de toekomst van de musical in het Amsterdamse Allard Pierson Museum. Aanleiding was het sectoradvies ‘Later is al lang begonnen – het muziektheater van de toekomst’, waarin de raad onder meer concludeert dat er een experimenteerklimaat voor de musical ontbreekt. Dat belemmert de artistieke ontwikkeling en de doorstroming van jonge en onafhankelijke makers, schrijvers, componisten en uitvoerende artiesten in dit genre. De raad nodigde de sector uit om gezamenlijk oplossingen te bespreken.

Het debat werd ingeleid met een toelichting door Hans van Keulen op de theatercollectie die Bijzondere Collecties van de UvA in beheer heeft, en in het bijzonder de musicalmaterialen die zijn opgenomen in de collectie. Vervolgens trapte Gable Roelofsen, voorzitter van de commissie die het sectoradvies voor de raad heeft voorbereid, de bijeenkomst af door te schetsen hoe de musical, waar nodig ondersteund door de overheid, zich de komende jaren in artistiek opzicht verder kan emanciperen.

Onder leiding van voorzitter Marijke van Hees vond er vervolgens een gesprek plaats met een panel dat bestond uit cultureel ondernemer Joop van den Ende, theatermaker, zangeres en actrice Naomi van der Linden, muziektheatermaker Sanna Vrij, programmeur Peter Noten en dramaturg en onderzoeker Bart Dieho (opsteller van het recent verschenen boek ‘De Nederlandse musical – emancipatie van een fenomeen’). Ook de zaal werd actief bij het gesprek betrokken, waarbij er ruimte was voor zowel persoonlijke hartenkreten als voor het aandragen van oplossingen die de musical vooruit kunnen helpen.

Het advies van de raad om een productiehuis(functie) voor musical in het leven te roepen, kon op de steun rekenen van de aanwezigen. Ook de oprichting van een revolving fund voor risicovol aanbod werd als kansrijk gezien. Daarnaast werd er aandacht besteed aan de mogelijkheid voor musicalmakers om subsidies aan te vragen bij het Fonds Podiumkunsten; deze mogelijkheid wordt binnen de musical nog weinig benut. Ten slotte kwam ook de noodzaak aan bod om het debat over de musical te verstevigen door wetenschappelijk onderzoek en musicalkritiek te bevorderen, en door als sector met elkaar en met overige podiumkunsten in gesprek te blijven. ‘Een hoopvolle bijeenkomst’, zo sloot Naomi van der Linden de middag af.

‹ VorigeVolgende ›