De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media. De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en subsidieaanvragen.

‘Zorg voor meer leesplezier bij jongeren’

Hoe kunnen jongeren vaker, met meer plezier en beter gaan lezen? Daarvoor moeten bibliotheken, scholen en ouders de handen ineenslaan en de Rijksoverheid meer investeren in een samenhangend leesbeleid. Dit staat in het advies ‘Lees! Een oproep tot een leesoffensief’ dat de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur vandaag hebben aangeboden aan de minister van OCW, Ingrid van Engelshoven.

Jongeren lezen minder en vooral minder lang. Ze lezen wel veel korte tekstjes (vooral online), maar voor ‘diep lezen’ (het geconcentreerd lezen van langere teksten of boeken) zijn jongeren nauwelijks gemotiveerd. Daarom doen ze het te weinig en hierdoor blijven hun woordenschat en leesvaardigheid achter. Het gevolg is dat deze jongeren minder goed functioneren op school en dat het voor hen lastiger is om goed te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan het lezen van een bijsluiter bij medicijnen of een e-mail van een verzekeraar. Weinig lezen kan ook zorgen voor laaggeletterdheid. Terwijl lezen juist ook plezier, ontspanning, inspiratie en troost biedt.

Leesmotivatie voorop zetten

De Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur adviseren daarom om leesmotivatie weer voorop te zetten en een offensief te starten om lezen te bevorderen. Dit kan als volgt: 

  • Zorg ervoor dat jongeren en kinderen veel boeken en verhalen (papier of digitaal) om zich heen hebben en stimuleer hen om deze te lezen. Borg dat gemeenten hun verantwoordelijkheid voor bibliotheken nemen en dat iedere school een uitnodigende bibliotheek heeft. Het is essentieel dat de boeken en verhalen aansluiten bij de belevingswereld van jongeren en dat er soepeler wordt omgegaan met wat er in de klas gelezen mag worden. Uitgeverijen, bibliotheken en schoolbesturen moeten hiermee aan de slag.
  • Bibliotheken en scholen moeten ervoor zorgen dat er leraren, leesspecialisten en andere volwassenen (bijvoorbeeld ouders) zijn die jongeren stimuleren en ondersteunen bij het lezen. Op deze manier ontstaat een cultuur waarin lezen vanzelfsprekend en belangrijk is. Jongeren zijn namelijk meer geneigd om te lezen wanneer ze worden omgeven door een leescultuur.
  • De landelijke overheid, gemeenten, scholen en bibliotheken moeten het vergroten van de leesmotivatie van jongeren prioriteit geven. Het hoort bij de kerntaak van scholen en bibliotheken. De overheid moet meer geld hierin investeren en een geïntegreerd en samenhangend leesbeleid voeren.