De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media. De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en subsidieaanvragen.

Podiumkunsten

De podiumkunsten kunnen onderverdeeld worden in vier sectoren: muziek, muziektheater, theater en dans. Deze sectoren zijn de noemers waaronder een veelheid aan genres en vormen vallen: klassieke muziek, jazz, pop, opera, repertoiretheater, mime, objecttheater, ervaringstheater, ballet, experimentele dans enzovoort.

Bezoek aan podiumkunsten

Er is in Nederland een groot publiek voor de podiumkunsten. Miljoenen personen bezoeken jaarlijks een van de Nederlandse schouwburgen, concertzalen, poppodia en festivals. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau bezoekt meer dan de helft van de bevolking van zes jaar en ouder jaarlijks een of meer keren een podiumkunstenuitvoering. Dit publiek ziet en hoort een groot en divers aanbod, dat gemaakt is door professionele en amateurartiesten en -groepen. Jaarlijks worden er tienduizenden voorstellingen en concerten op de Nederlandse podia gespeeld.

De mate waarin de Nederlander de podiumkunsten bezoekt, is ongemeen hoog: het Nederlandse publiek staat bovenaan in de Europese ranglijsten. Ook in de amateursector floreren de podiumkunsten: in 2010 maakte 21% van de Nederlanders in zijn vrije tijd muziek, 15% danste en 5% speelde toneel. Zowel het genieten als het zelf beoefenen van muziek, theater en dans zijn van grote waarde voor de culturele ontwikkeling van burgers en hebben ook een sterke bindende werking.

Culturele basisinfrastructuur

Een deel van deze rijkdom aan professionele podiumkunsten wordt door het Rijk gesubsidieerd. Met ingang van 2013 maken 34 podiumkunstenintellingen deel uit van de culturele basisinfrastructuur. Hieronder vallen negen orkesten, drie operagezelschappen, negen theatergezelschappen, acht jeugdtheatergezelschappen, vier dansgezelschappen en één podiumkunstenfestival.