De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media. De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en subsidieaanvragen.

Slagen in Cultuur, culturele basisinfrastructuur 2013 - 2016

De bezuinigingen op de basisinfrastructuur slaan gaten in het cultuurbestel. Met name talentontwikkeling en een pluriform cultuuraanbod staan onder druk. Dat schrijft de Raad voor Cultuur in ‘Slagen in Cultuur: advies over de culturele basisinfrastructuur 2013 - 2016’ dat vandaag is verschenen. De raad ziet ook positieve ontwikkelingen; de bezuinigingen zetten de sector in beweging. De omslag naar een cultuursector die minder afhankelijk is van de overheid, is in volle gang.

In het advies motiveert de raad welke culturele instellingen volgens hem vanaf 2013 in aanmerking komen voor een vierjarige rijkssubsidie. Er zijn 118 aanvragen door de raad beoordeeld op de criteria kwaliteit, publieksbereik, ondernemerschap, (inter)nationaal belang, educatie, geografische spreiding en bij bepaalde instellingen ook talentontwikkeling. Het gaat om subsidieaanvragen van zeer uiteenlopende culturele organisaties: van orkesten tot musea, van jeugdtheatergezelschappen tot presentatie-instellingen. De raad heeft bij de beoordeling van de aanvragen rekening gehouden met de verschillen tussen instellingen, hun eigen profilering en de betekenis van de instelling voor de lokale en/of nationale omgeving.

Over 73 aanvragen heeft de raad een positief subsidieadvies gegeven; aan 21 daarvan verbindt de raad een of meer voorwaarden. Bij 45 aanvragen is er sprake van een negatief subsidieadvies; in een aantal gevallen adviseert de raad de onvervulde plek in de basisinfrastructuur opnieuw open te stellen. In totaal hebben de aanvragende instellingen voor ongeveer 375 miljoen euro subsidie aangevraagd; er is bijna 310 miljoen euro beschikbaar voor de nieuwe basisinfrastructuur.

Talentontwikkeling
Talentontwikkeling staat met cultuureducatie en het kunstvakonderwijs aan de basis van een cultuurbestel. Maar door de bezuinigingen komen broedplaatsen van hoogwaardige, vernieuwende producties in een kwetsbare positie. Zo zal bij de postacademische instellingen voor beeldende kunst de rijkssubsidie na 2016 wegvallen. In deze sector verliest talent ook een belangrijk platform, omdat een aantal presentatie-instellingen uit de basisinfrastructuur verdwijnt. In de sector Podiumkunsten krijgen de productiehuizen geen rijkssubsidie meer.

De raad constateert weliswaar dat grote instellingen voor podiumkunsten talenten in enige mate onder hun hoede nemen, maar de essentie van een productiehuis vervalt. De raad ziet ook de pluriformiteit van het aanbod aan kunst en cultuur in gevaar komen. Gedeeltelijk hangt dit samen met de kortingen op voorzieningen voor talentontwikkeling, omdat juist daar vernieuwende producties van jonge makers tot stand komen. Maar het teruglopend aanbod aan bijvoorbeeld dans en beeldende kunst is hier ook debet aan. In deze sectoren verliest de basisinfrastructuur voorzieningen van nationaal belang en hoge kwaliteit. Een andere gevoelig verlies is het verdwijnen van de zogenoemde ‘e-cultuur instellingen’ uit de basisinfrastructuur. De digitale productie van kunst en cultuur verdient volgens de raad een volwaardige plek in het bestel. Voor veel jongeren zijn digitale kunst en digitaal toegankelijke cultuuruitingen namelijk belangrijke toegangspoorten tot de culturele sector.

De raad ziet ook positieve ontwikkelingen. Veel instellingen zijn zich bewust van het belang om andere inkomstenbronnen aan te boren en beschrijven in ondernemingsplannen hun ambities op dit gebied. De raad constateert wel dat er met betrekking tot de toekomstbestendigheid van deze plannen nog een wereld te winnen valt: de financiële posities van veel instellingen zijn kwetsbaar, verwachtingen ten aanzien van publieksbereik en inkomstenwerving zijn onrealistisch hoog en een strategie bij tegenvallende inkomsten ontbreekt vaak.

Het advies kunt u bestellen door € 15,00 per advies over te maken naar bankrekening 56.99.99.766 , ten name van de Raad voor Cultuur, o.v.v. uw adresgegevens. Zodra de betaling binnen is, wordt het advies toegezonden.