Veelgestelde vragen

Waar hebben de instellingen hun subsidieaanvraag ingediend?  

De culturele instellingen hebben hun aanvraag ingediend bij het ministerie van OCW. Maandag 1 februari 2016 was de laatste dag waarop dit mogelijk was.

Wat is de taak van de Raad voor Cultuur?

De raad beoordeelt de komende maanden de subsidieaanvragen van de instellingen en geeft daarna over elke aanvraag een advies aan de minister van OCW. Op donderdag 19 mei a.s. zal de raad zijn advies over de Basisinfrastructuur 2017-2020 aan de minister aanbieden.

Welke criteria spelen een rol bij de beoordeling?

De raad toetst de subsidieaanvragen op meerdere criteria. Kwaliteit (vakmanschap, zeggingskracht, vernieuwing en oorspronkelijkheid) is hierbij een absolute voorwaarde. Educatie en participatie en maatschappelijke waarde (publieksbereik, ondernemerschap) zijn de overige criteria die de raad bij zijn beoordeling hanteert. Voor een aantal instellingen is ook geografische spreiding een criterium.

Lees hier het beoordelingskader van de raad.

Wie is verantwoordelijk voor de beslissing over een aanvraag?

De minister van OCW beslist of een subsidieaanvraag gehonoreerd wordt. Tegen haar beslissing kunnen de instellingen bezwaar maken op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Wanneer krijgen de aanvragers de beslissing te horen?

Op Prinsjesdag (20 september 2016) worden de definitieve beslissingen bekendgemaakt.

Wie zitten er in de beoordelingscommissies van de raad?

De beoordeling door de raad gebeurt op basis van expert review: de personen die een oordeel geven over culturele instellingen zijn deskundig op het gebied van de artistieke en culturele stand van zaken binnen de betreffende sector. Zij zijn niet per se werkzaam in de sector zelf; er zitten ook wetenschappers of mensen die werkzaam zijn in het kunstvakonderwijs in de commissies.

Bekijk hier het overzicht van de leden van de beoordelingscommissies.

Hoe voorkomt de raad mogelijke belangenverstrengeling tijdens het adviestraject?

Op grond van artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht moet de raad zijn adviestaak zonder vooringenomenheid vervullen. Dit betekent dat de leden van de beoordelingscommissies geen functionele of persoonlijke belangen mogen hebben bij de instellingen waarover zij oordelen. Dit wordt vooraf zorgvuldig gecontroleerd aan de hand van het cv van de commissieleden. Daarnaast hebben alle commissieleden de zogenoemde ‘regeling belangenverstrengeling’ van de raad onderschreven door het ondertekenen van een verklaring.

Wat is de analyse ondernemerschap die door een extern bureau wordt uitgevoerd?

Van iedere ingediende subsidieaanvraag wordt een analyse gemaakt van de financiële positie van de aanvrager en de wijze waarop hij in het activiteitenplan invulling geeft aan ondernemerschap (onderdeel van het beoordelingscriterium ‘maatschappelijke waarde’). 

De analyses worden uitgevoerd door een gespecialiseerd bureau zodat op consistente wijze en binnen kort tijdsbestek inzichtelijk wordt gepresenteerd hoe het staat met de financiële stabiliteit van de aanvragers  en de wijze waarop zij de aspecten van ondernemerschap beschrijven en onderbouwen in het activiteitenplan. De analyses worden door de beoordelingscommissies betrokken in hun oordeelsvorming. 

De analyses worden gemaakt door de bureaus Paul Postma Marketing Consultancy B.V. en APE Public Economics die expertise hebben op het gebied van ondernemerschap en bedrijfsvoering in de culturele sector. Zij zijn gecontracteerd binnen de raamovereenkomst voor beleidsgerichte onderzoeksopdrachten 2012 van het ministerie van OCW.